zondag 10 juni 2012

Moet ik als Moslim haat of liefde koesteren voor Joden en Christenen?

De meeste Moslims weten zeker dat de Islamitische geloofsleer tolerant tegenover andere religies staat. Ze verwijzen hiervoor naar een aantal Islamitische samenlevingen uit het verre verleden en naar de woorden van de Koran. Maar toch weten we dat er ook veel haat gepredikt wordt door Imams en Moefti’s (Schriftgeleerden). Daarbij zijn er talloze gevallen van staatsrechtelijke vervolgingen en/of onderwerpingen van Christenen in allerlei hedendaagse Islamitische landen. Als het echt zo is dat er geen enkele twijfel bestaat over de vredelievendheid van de Islam ten opzichte van andere religies, hoe kunnen er dan zulke grote meningsverschillen tussen Moslims bestaan?
* Probleemstelling
Blijkbaar is er iets aan de hand met de interpretatie van de Koran. Zo leest de ene Moslim dat Christenen en Joden onderdanig en inferieur moeten zijn ten opzichte van Moslims, terwijl andere gelovigen de Islam tegenover Westerse critici verdedigen door te wijzen op een aantal Koranverzen die vredelievend spreken over deze groepen, die Allah dikwijls aanduidt als "de mensen van het Boek" (doelend op het neerdalen van de Thora en de Bijbe).
Dit meningsverschil tussen Moslims begint steeds meer zichtbaar te worden als we inzoomen op de gewone huis-tuin-en-keuken-moslim en de steeds talrijker wordende Salafist (fundamentalistische Moslim). De oplossing voor hun verschil van inzicht is echter niet zo eenvoudig als het simpelweg objectief interpreteren van de Koranverzen. Ze bestaan namelijk allebei: de vredelievende en de haatdragende verzen. Maar toch is vast te stellen welke Moslim gelijk heeft, dat wil zeggen: welke Moslim zijn geloof op de meest zuivere manier belijdt. Los van de vraag of u het eens kunt zijn met de ideologie, want daar gaat het nu niet om. Het gaat om de ideologie zelf en wat deze nou daadwerkelijk aan Moslims voorschrijft. Daarna kunnen we het kaf van het koren scheiden, zodat de vraag “Wil de echte Moslim opstaan” eindelijk niet meer gesteld hoeft te worden. We weten het dan immers zelf.
Voordat ik de aandacht van de meeste lezers kwijt ben, wil ik alvast verklappen dat de gematigde Moslim de strijd om zuiverheid in mijn ogen verliest wanneer we ons richten op de vraag hoe een Moslims behoort om te gaan met Joden en Christenen. Ik zal hieronder aantonen waarom. Ik wil de ‘gematigde Moslim’ overigens niet zijn of haar geloof beledigen. Integendeel. Ik hoop op een opleving van de Moslims die, vanuit hun eigen normen en waarden, vredelievend zijn tegenover andere geloven. Daarnaast wil ik, een ieder die het niet met mijn conclusies eens is, uitnodigen om mij op een ander standpunt te brengen. Maar dan wel gestaafd met feiten die mijn eigen argumenten omver kunnen werpen. Daarvoor moet het hele onderstaande artikel wel gelezen worden, vrees ik.
* Interpretatie van de Koran

Ik gaf al aan dat zowel de gematigde Moslim als de Salafist gelijk heeft, wanneer deze respectievelijk een vredelievend dan wel haatdragend Koranvers zou citeren. Alle Moslimgeleerden zijn het er dan ook over eens dat de Koran tegenstrijdigheden bevat. Dit kunnen ze erkennen omdat de Koran hier een hele simpele, maar door veel Moslims niet gekende, oplossing voor heeft. Vers 106 van het tweede hoofdstuk van de Koran legt namelijk haarfijn uit dat de eerder geopenbaarde verzen ingetrokken (oftewel: overschreven) worden door de latere, wanneer de situatie zich voordoet dat twee verzen elkaar tegenspreken aangaande hetzelfde onderwerp. In het Arabisch noemt men dit mechanisme Naskh (ناسِخة). De wetkundige vertaling hiervan is: abrogatie.
De Islamitische geleerden zijn het er over eens dat veel geabrogeerde verzen wel in de Koran zijn blijven staan, waarschijnlijk om te dienen als historisch naslagwerk. Een voorbeeld hiervan is de geleidelijke intreding van het verbod op alcohol, zoals dit door Allah werd geopenbaard aan de profeet. We weten dit doordat de eerdere (neutralere) verzen, aangaande het nuttigen van alcohol, in de Koran bewaard zijn gebleven maar niet mogen worden nageleefd.
De waarheidszoekers onder u zullen nu reeds talloze vraagtekens zetten bij dit fenomeen van ‘intrekking’. Echter, vragen als “waarom zou God, binnen de 20 jaar van openbaringen aan Muhammad, zo vaak van gedachten veranderen?”, zullen wellicht een andere keer aan bod komen. We concentreren ons nu op de vraag: moet een Moslim Christenen en Joden haten of liefhebben?

* Is de Koran alleen voldoende?
Vele Moslims beweren dat de Koran het enige boek is dat zij hoeven te gebruiken voor het naleven van hun geloof. Een Moslim die zijn Islamitische theologie iets beter kent, weet echter dat dit niet waar kan zijn. Een bekend Islamitisch gezegde luidt: “Je kunt de Koran niet interpreteren zonder de Hadith en je kunt de Hadith niet ten uitvoer brengen zonder de Koran”. Met Hadith bedoelt men de overleveringen van de profeet Muhammad. Men heeft na zijn dood enorme collecties met getuigenissen verzameld. Dit zijn getuigenissen van de uitspraken van de profeet (Hadith) en de daden van de profeet (Soennah). Normaliter worden de boeken waarin deze verzen staan, aangeduid als “Hadith collectie”. Belangrijk om te weten, is dat voor de grootste Islamitische stroming (Soenisme) vast staat dat alleen Hadith collecties van de Sahih (صَحِيْح) categorie (hetgeen authentiek betekent) honderd procent betrouwbaar zijn.

Een eenvoudig voorbeeld bewijst dat de Koran an sich niet voldoende is om de Islamitische leer toe te passen. We leerden namelijk al dat de tegenstrijdigheden van de Koran worden weggenomen doordat het laatst geopenbaarde vers het eerdere overschrijft. Als u vervolgens weet dat de hoofdstukken van de Koran geen chronologische volgorde hebben en ook geen tijdmarkering met zich mee brengen, is het volstrekt helder dat je er met de Koran alleen niet uit zult komen. Om te weten welk vers leidend is, zal je te weten moeten komen welke tekst later op de aarde is neergedaald. Alleen de Hadith verzen kunnen hierover uitsluitsel geven. Vervolgens zijn de verschillende interpretaties van de Koranverzen, aan de hand van de Hadith, weer verwerkt in Tafsirs. Een Tafsir is een officiële interpretatie van de Koranleer, door een beroemde Islamgeleerde. De beroemdste van allemaal (en zeer populair onder Soennieten) is de heer Ibn Kathir.

* Toepassing van de Koran aangaande Joden en Christenen
Nu we de basis hebben gelegd voor de interpretatie van de Koran, gaan we nu het heilige boek induiken om te lezen wat er gezegd wordt over Joden en Christenen. Moslims met een vredelievende kijk op de zaak, staven hun argumenten vaak met verzen die ‘vrede bewarend’ spreken over Joden en Christenen. Maar we weten dat slechts de laatste verzen, die over dit onderwerp geopenbaard zijn, in de praktijk gebracht mogen worden. Mocht het zo zijn dat er ‘laat geopenbaarde’ verzen bestaan, die haat zaaien over Joden en Christenen, dan betekent dit dat alle vredelievende verzen, die eerder gekomen zijn, daarmee in één klap van tafel kunnen worden geveegd. Het in praktijk brengen van deze verzen zou een verkeerde interpretatie van de Koran betekenen.

Welnu, die verzen zijn er. En ze komen onder andere uit hoofdstuk 9 van de Koran, genaamd At Tawba (Het berouw) dat ook bekend staat als "al Bara'ah" oftewel: de vrijheid. Uit de Hadith weten we dat hoodfstuk 9 het laatst geopenbaarde hoofdstuk is. Bewijs hiervoor vindt je in de Al Bukhari, vers 4364, waarin staat: “De laatste complete Soera die aan de profeet werd geopenbaard was Al Bara'ah.” We weten ook dat dit hoofdstuk in de historische context moet worden gelezen van de verovering van Mekka in het jaar 630 na Christus. Een jaar later werden de Koranverzen, die ik hieronder zal benomen,  geopenbaard. Dit was het negende jaar van de Hijra, oftewel 631. We weten ook dat de Profeet stierf in het jaar daarna: 632.

Maar wat zegt hoofdstuk 9 (het laatste complete hoofdstuk) dan over Joden en Christenen? Een heleboel. Maar we hebben nog een lange weg te gaan. Ik zal starten met vers 29 van dit hoofdstuk. Daarna zullen we gaan kijken naar verschillende contexten, te weten: De historische- en tekstuele context.

Soera 9, vers 29 luidt: 

Strijdt tegen hen die niet in Allah geloven en niet in de laatste dag en die niet verbieden wat Allah en Zijn gezant verboden hebben en die niet de godsdienst van de waarheid aanvaarden uit het midden van hen aan wie het boek gegeven is, totdat zij naar vermogen onderdanig de schatting betalen.” (link)

* Textuele context

Met ‘de schatting’ wordt de belasting bedoeld die Joden en Christenen onder Moslim gezag moeten betalen. Dit wordt ook wel beschermgeld genoemd. De Arabische naam hiervoor is Jizya. In de Islamitische wetgeving (Sharia) wordt dit vers vaak aangehaald als reden voor het innen van belastinggeld onder Joden en Christenen. Dit geld zou bestemd zijn voor het beschermen van deze groepen tegen andere volkeren en elkaar. Echter, de Koran spreekt hier niet over. De Koran legt het innen van dit belastinggeld slechts uit als een bron van inkomsten, nadat de inwoners van Mekka aangaven armoede te vrezen vanwege een ander gebod van Allah. Dat vinden we namelijk in het vers daarvoor, vers 28. Hoewel de hoofdstukken niet op volgorde staan, staan de verzen daarbinnen dit wel. Er is dus een tekstuele context van toepassing die we kunnen gebruiken.
Vers 28 luidt:

Iedere Moslim richt zich tijdens het gebed tot de Ka'aba (foto)
Jullie die geloven! De veelgodendienaars zijn een verontreiniging; na dit jaar mogen zij de heilige moskee dan ook niet meer naderen. En als jullie bang zijn voor armoede, dan zal Allah jullie met Zijn goedgunstigheid rijk maken als Hij wil. Allah is wetend en wijs.” (link)

In dit vers draagt Allah de Moslims in Mekka op de veelgodenaanbidders niet meer bij de heilige moskee in Mekka te laten komen. Later is men, naar aanleiding van dit vers, alle niet-moslims gaan weren uit de gehele stad. De veelgodenaanbidders kwamen in grote getallen naar Mekka omdat zij pelgrimstochten hielden, met als einddoel de Ka'aba; een gebouw dat nu dient als hoofddoel van de Hadj; de pelgrimstocht die iedere Moslim(a) tenminste eenmaal dient te voltooien. In de tweede helft van het vers begint Allah opeens te spreken over armoede die de Moslims in Mekka zouden vrezen. Om dit te kunnen begrijpen hebben we de historische context uit de Hadith nodig. Die zijn weer verwerkt in de Tafsir van Ibn Kathir, waardoor we precies kunnen weten waarom Allah hier opeens geldzaken verbindt aan het verbod op niet-Islamitische pelgrims in de stad Mekka.

* Historische context
In de Tafsir staat beschreven hoe de inwoners van Mekka, naar aanleiding van vers 28, vreesden dat hun markten gesloten zouden worden, aangezien alle inkomsten uit de handel met de pelgrims zouden wegvallen. Allah voorzag dit probleem kennelijk en bood direct compensatie, zo schrijft Ibn Kathir. Welke compensatie? Dat lezen we logischerwijs in het direct daaropvolgende vers. Dat is het vers dat we zojuist hebben kunnen lezen. Vers 29, waarin de Moslims worden opgedragen te strijden tegen Joden en Christenen (“hen aan wie het boek gegeven is”) totdat zij de Jizya betalen. Dus resumerend: De weggevallen inkomsten van de Moslims in Mekka werden gecompenseerd door het geld dat men zou weghalen bij de overmeesterde Joden en Christenen, doordat deze de Jizya zouden moeten betalen. Uiteraard konden de Joden en Christenen zich ook bekeren tot de Islam, waarna zij Zakat zouden moeten betalen. Hoe het ook zij: er komt geld binnen.
Het fenomeen ‘intrekking’ dient hier te worden toegepast, omdat de eerdere Koranverzen vredelievender waren aangaande de omgang met Joden en Christenen. Waar de politieke verhouding ooit vroeg om een niet al te hatelijk oordeel over andere geloven, omdat Muhammad in zijn beginperiode als profeet nog niet over een leger beschikte, was het vlak voor zijn verovering van Mekka kennelijk tijd voor een verharding. Deze ommekeer in het oordeel van Joden en Christenen is, vanuit goddelijk oogpunt, natuurlijk opvallend te noemen. Vandaar dat het opvolgende vers in de Koran, vers 30, de plotselinge aanval op Joodse en Christelijke stammen voor de Moslims rechtvaardigt vanuit het oogpunt van de hemel. Let u op dat het vers met geen woord rept over Islamitische zelfverdediging of tirannie die bestreden dient worden. De enige reden dat Joden en Christenen moeten worden aangevallen en overmeesterd is dat zij iets anders geloven dan wat de Islam voorschrijft.

Soera 9, vers 30 luidt:

"En de Joden zeggen: "Ezra is de zoon van Allah" en de Christenen zeggen: "De Messias is de zoon van Allah." Dit is, hetgeen zij met hun mond zeggen. Zij spreken de woorden na van degenen die voor hen ongelovig waren; Allah's vloek zij over hen, hoe zijn zij afgekeerd!" (link)
Allah heeft in dit vers duidelijk geen goed woord over voor Joden en Christenen, puur en alleen om wat zij geloven. Daarmee is het bestrijden van hen en het innen van belastinggeld gerechtvaardigd zonder dat de Islamitische gemeenschap eerst zelf aangevallen hoeft te worden. En waarom was het belastinggeld nodig? Omdat de ongelovigen niet meer in Mekka mochten komen, hetgeen zou resulteren in het verliezen van een flinke bron van inkomsten.
Mijn bron is de Tafsir van Ibn Kathir (link), zeer geliefd onder Soenieten. Begint u, indien u het met eigen ogen wilt zien, bij de Tafsir aangaande vers 28 van hoofdstuk 9 om een compleet beeld te krijgen van de aanvallende verzen ten opzichte van Joden en Christenen daarna.
* Conclusies
 
U heeft hier gelezen wat de tekstuele- en historische context zijn, met betrekking tot de Koranverzen aangaande Joden en Christenen. U weet dat de Tafsir van Ibn Kathir deze contexten zelf aanbiedt. Wanneer een moslim (vaak vanuit een oprecht geloof) uitlegt dat Joden en Christenen goed behandeld moeten worden volgens de Islamitische leer, dient men kennis te nemen van bovenstaande zaken. U kunt vervolgens niet meer vertrouwen op verhalen over beschermgeld en zelfverdediging, die Moslims zou hebben gedwongen om “terug” te vechten. U weet wellicht hoe de Maffia doorgaans te werk gaat. Men berooft eerst uw winkel en komt de volgende dag langs met de boodschap dat zij u voortaan wel tegen dergelijk geweld zullen beschermen, als u ze voorziet van ‘beschermgeld’. Betaalt u niet dan zult u nog meer geweld op uw pad vinden. Deze vroeg Islamitische tactiek is feitelijk niets anders. “I’ll make you an offer you can’t refuse…”

U kunt in de Tafsir (link) van de genoemde Koranverzen overigens ook lezen hoe Christenen en Joden behandeld dienen te worden. Zo mogen zij niet begroet worden zoals Moslims elkaar onderling begroeten en dient een Islamiet, bij het tegemoet lopen van een Christen of Jood, laatst genoemden naar de smalste kant van de weg dwingen. Dit om de superioriteit van de Moslim (en de schaamte van de Jood en Christen) te benadrukken. Daarnaast zal een Christen zijn kerkklokken slechts bescheiden laten klinken (link) en altijd opstaan wanneer een Moslim wenst te zitten waar hij zit.

Dit is zomaar een greep uit de officiële Islamitische leerstoelen aangaande de omgang met Dzimmah (onderdanige Joden en Christenen).
Het staat voor mij buiten kijf dat veruit de meeste Moslims dit niet weten en (gelukkig) niet eens zouden willen uitvoeren. Maar de vraag was: welke Moslim voert zijn geloof nu goed uit, de Salafist of de gematigde Moslim. Die laatste verliest het duel aangaande dit specifieke (maar cruciale) aspect van de, vaak goed geïnformeerde, Salafist.

Maar oordeelt u vooral zelf. Wellicht heeft u vandaag een aantal handvaten gevonden om eindelijk eens die stap te nemen om u te verdiepen in datgene waar de media al zolang over spreekt, maar waardoor u alleen maar meer vragen krijgt. Ik garandeer u: alleen zelf de boeken induiken levert een beeld op dat u kunt verdedigen. Zonder kennis heeft uw mening geen houvast. Met andere woorden: weet waarover u praat. En in het geval van de Islam zal dat in de toekomst waarschijnlijk steeds belangrijker worden.
Vrede zij met u (allen!)

CC